Zorgweigeringsprotocol

Inleiding

De werkgever is verantwoordelijk voor het waarborgen van de fysieke en psychische gezondheid van haar medewerkers en het zorgvuldig omgaan met haar medewerkers en heeft dit via de zorgovereenkomst, de algemene voorwaarden, de website en tijdens de (telefonische) intake ook aan de cliënt duidelijk gemaakt. Het betekent dat ook de cliënt zorgvuldig dient om te gaan met de medewerker en indien zij dit niet doet, (een deel van) de zorg geweigerd kan worden. In bijgaande regeling is vastgelegd hoe zorgweigering dient te verlopen.

Begripsdefinities

Zorgweigering: het gedeeltelijk of geheel stopzetten van de zorg door een kraamverzorgende, nadat zij last heeft ondervonden van ongewenst gedrag of waarbij zij in een situatie moet werken die haar fysieke gezondheid ernstig bedreigt. Ongewenst gedrag: gedrag van een cliënt of aanwezige anderen waardoor de medewerker zich onaangenaam, onveilig of bedreigd voelt of daadwerkelijk bedreigd is. Men kan daarbij denken aan seksuele intimidatie, agressie, geweld, discriminatie of pesten.

Doel

Het doel van een regeling zorgweigering is het zorgvuldig afhandelen van een situatie waarbij zorgweigering heeft plaatsgevonden.

Procedure

  • De kraamverzorgende ervaart dat er sprake is van ongewenst gedrag van de cliënt of constateert dat er sprake is van slechte fysieke arbeidsomstandigheden.
  • De kraamverzorgende bespreekt dit (indien mogelijk) met de cliënt en legt uit dat zij de zorg niet hoeft te continueren of een deel van de zorg niet hoeft te continueren, indien de situatie niet verbetert en verwijst naar de zorgovereenkomst en de flyer. Indien de situatie niet verbetert, continueert zij (een deel van) de zorg niet. Met ‘een deel van de zorg’ wordt bedoeld die werkzaamheden of handelingen die een fysieke bedreiging vormen voor de gezondheid.
  • Indien het niet mogelijk is om te praten met de cliënt of omdat de situatie dusdanig ernstig is, stopt zij met haar werkzaamheden of met een deel van de werkzaamheden.
  • Indien zij (gedeeltelijk) stopt met haar werkzaamheden, brengt zij direct haar leidinggevende daarvan op de hoogte.
  • De leidinggevende neemt contact op met de cliënt, hoort de cliënt en wijst deze nogmaals op de algemene voorwaarden en zorgovereenkomst.
  • De leidinggevende bepaalt (bij stopzetting van de zorg) of de situatie specifiek persoonsgebonden is en of de zorg door een andere kraamverzorgende kan worden voortgezet. Zo ja, dan licht zij de planning in i.v.m. inzetten van een andere kraamverzorgende. Een goede overdracht naar de volgende kraamverzorgende is hierbij van belang. Deze overdracht dient, indien mogelijk, plaats te vinden door de leidinggevende die de zorgweigering behandeld heeft.
  • De leidinggevende bepaalt of er sprake is van ernstig ongewenst gedrag of slechte fysieke arbeidsomstandigheden en zo ja, dan wordt de zorg definitief gestopt.
  • De leidinggevende geeft de planning opdracht dit schriftelijk aan de cliënt te bevestigen en laat deze brief door de directie ondertekenen.
  • De leidinggevende bespreekt direct met de kraamverzorgende of opvang door de leidinggevende of een vertrouwenspersoon noodzakelijk is.
  • Het MIZ-formulier wordt ingevuld door de leidinggevende.

Zorgweigering ’s avonds en in het weekend

’s Avonds en in het weekend kan altijd contact worden opgenomen met de planning. Zij heeft de verantwoordelijkheid om de regeling correct af te handelen vanaf punt 6, of indien de situatie hierom vraagt de leidinggevende in te schakelen. Indien de leidinggevende wordt ingezet en de zorg (gedeeltelijk) wordt stopgezet, neemt zij contact op met de planning en deelt mee dat de zorg is gestopt of dat een andere kraamverzorgende bij de cliënt moet worden ingezet. De planning zorgt voor een goede overdracht.

Verantwoordelijkheden en bevoegdheden

De cliënt is verantwoordelijk voor het naleven van de algemene voorwaarden en de zorgovereenkomst.

De kraamverzorgende is verantwoordelijk voor (voor zover mogelijk) het in goed overleg met de cliënt te komen tot een aanvaardbare oplossing. Zij is bevoegd (een deel van) de zorg onder bepaalde omstandigheden te weigeren.

De leidinggevende is verantwoordelijk voor een correcte afhandeling van de verdere regeling en een adequate opvang van de kraamverzorgende. Zij is bevoegd te bepalen of de zorg definitief wordt stopgezet, gedeeltelijk wordt voortgezet of met een andere kraamverzorgende wordt voortgezet. Zij kan daarbij overleg hebben met de directie.

Documenten & Formulieren

  • B.07 MIZ-formulieren
  • B.29 Arbowetgeving in de kraamzorg
  • B.33 Algemene voorwaarden
  • B.34 Inschrijfformulier, inschrijfbevestiging & zorgovereenkomst
Website door GBU media